Jeugdzorg in de knel? Een beschouwing vanuit de politiek (deel 2)

Auteurs: Gijs Hodenius & Wesley Jongen

Datum: 21-4-2022

Sinds de decentralisatie in 2015 is er veel te doen geweest rondom de jeugdzorg. Op 15 maart dit jaar was er nog een demonstratie in Den Haag. Genoeg redenen dus om een reeks interviews te houden om deze rumoerige sector beter in beeld te brengen. In dit tweede artikel staat het interview met René Peters, Tweede Kamerlid voor het CDA, centraal. Hij is namens het CDA woordvoerder en heeft zich de afgelopen jaren regelmatig uitgesproken over de jeugdzorg.

Hoe kijk je tegen de geplande bezuinigingen aan?

“Om te beginnen zijn we wat betreft uitgaven van 5,8 miljard naar 8,5 miljard euro gegaan sinds 2015. Iedere gezondheidseconoom zal zeggen dat de vraag naar zorg oneindig is, nou ja bijna oneindig. Er is onderzoek gedaan naar wat de jeugdzorg duurder maakt. Er zijn drie dingen nu: eentje is bureaucratie. Daar kun je iets aan doen. De bulk zit in steeds meer trajecten, steeds lichtere trajecten en steeds langere trajecten. Aan bureaucratie zou je als gemeente iets kunnen doen. Maar die trajecten, steeds meer en steeds langer, hebben er mee te maken dat gemeenten niet afbakenen wat jeugdzorg is, dus dat er inderdaad heel veel lichte problemen voor kinderen vergoed worden. Dat mag als er oneindig veel geld is, maar is het nou wel zo wenselijk? Om als voorbeeld dyslexie te nemen, 92% van de kinderen die dyslexie hebben, heeft hoogopgeleide, blanke ouders. In de Bijlmer heeft niemand dyslexie. Hoe kan dat?”

René legt uit dat niet iedereen even makkelijk de weg naar de zorg vindt waardoor het nu zo is dat lichte problemen van kinderen van veelal welgestelde ouders wel vergoed worden en ze allerlei therapieën krijgen: “Faalangstreductietraining, sociale vaardigheidstraining, het vasthouden van een potlood dat door een fysiotherapeut op school wordt geleerd, en inderdaad paardentherapie. Het kan allemaal nuttig zijn en ook wenselijk, de vraag is er en die mensen doen ook goed werk, maar als het geld, de tijd, de energie en de menskracht eindig is, is het de vraag of je die keuze zou moeten maken. Ik denk van niet. Ik denk dat je de menskracht zou moeten inzetten bij de kinderen waarbij dat het hardste nodig is. Daar zorgen we volstrekt onvoldoende voor en we zijn steeds meer gaan doen. Dat verzin ik niet. Dat blijkt uit grote onderzoeken, die in opdracht van het ministerie zijn gedaan. Dan is het de vraag wat je eraan kunt doen.

Er zijn op het regeerakkoord wat betreft jeugdzorg een aantal grote commentaren van vooral linkse partijen. Een: ze vinden dat het schandalig is dat je iets gaat vinden van de behandelduur. Een gezondheidseconoom zou zeggen dat, als ik een fysiotherapeut niet vraag te stoppen met behandelen hij aan de gang blijft met behandelen, ook al is de winst uiteindelijk nog maar miniem. Hij vindt het fijn, de patiënt vindt het fijn, iedereen vindt het fijn, maar de vraag is of het echt nodig is en we hier onze euro’s het meest effectief aan kunnen besteden. Dat mag ik niet zeggen, vindt men. Ik vind van wel. Twee: wat is zorg? Mijn grote punt is dat wij totaal niet kiezen, dat we helemaal niet sturen op hoelang we eigenlijk verzorgen, we niet sturen op wat we eigenlijk zorg vinden, dat we in principe alles betalen en dat we dan constateren dat we geld tekort komen. Maar dat is niet zo vreemd hè? Als je je gedraagt als een pinautomaat kom je geld tekort. […] Politiek is kiezen in schaarste en als je dat niet doet en je gaat alles betalen dan kom je geld tekort.”

 Als ik het goed begrijp, is er momenteel ook een probleem in de selectie van de zorg. Sommige mensen weten wel de weg te vinden, ook met lichte klachten, terwijl anderen juist meer moeite hebben om hulp te krijgen voor complexere problemen. Klopt dit?

“Er is geen selectie. Het punt is, in 2015 is de Jeugdwet op vraag van de gemeenten veranderd. Er waren redenen om te decentraliseren, aangezien het een ingewikkelde kluwen van financieringsstromen was. We wilden meer integraal gaan kijken. Als we weten dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor wonen, welzijn, zorg, deels onderwijs, werk, inkomen, schulden en armoede en je wilt kijken naar wat echt het probleem is, dan moet je het integraal kunnen bekijken en dan hoort het bij de gemeente. Het is heel logisch dat het naar de gemeente ging. Het is ook heel logisch dat men zei maatwerk te willen leveren. In de Jeugdwet stond “u hebt recht op zorg als…” en nu staat er “de gemeente heeft plicht tot helpen”. Dat is logisch want dan heb je alle ruimte om het integraal te kunnen doen. Dat was nodig en goed. Maar dat bekent niet dat je alles kunt gaan doen.”

Je noemde decentralisatie. Er zijn ook veel geluiden dat er negatieve kanten aan decentralisatie zitten, zoals de vraag wie verantwoordelijk is. Gemeenten wijzen naar het Rijk en het Rijk naar gemeenten. Hoe kijk je hier tegenaan?

 “Het is de gemeente. Die zijn verantwoordelijk. Daar is geen twijfel over mogelijk. Dat staat in de wet. Dus ze hoeven niet te wijzen. Het kan niet dat je denkt dat je verantwoordelijk bent maar niets doet en dan zeggen dat je te weinig geld krijgt. Politiek is keuzes maken. ”

Verder geeft René hierbij aan dat er op dit moment nog te weinig vanuit gemeenteraden vragen gesteld worden om de kosten van de jeugdzorg te beperken. Dit komt, en dit geldt volgens hem overigens ook voor de landelijke politiek, omdat het geen populaire boodschap is.

Hoe kijk je naar de kwaliteit van de zorg? Is deze nog wel in orde?

“Als je gemakkelijker geld kunt verdienen door lichte zorg te leveren, dan ga je dat doen. De zorg voor kinderen met ingewikkelde problemen is volstrekt onvoldoende. Dat is deels door geldgebrek, maar vooral door personeelsgebrek. Je gaat dat personeel verdunnen, je laat die allerlei dingen doen, zoals lichte zorg. Er gaan in Nederland mensen dood die we hadden kunnen helpen, maar we zijn veel te druk bezig ons geld, tijd en energie te steken in dingen die helemaal geen probleem zijn.”

Bij andere onderwerpen in zorg en welzijn zien we dat Limburg grotere problemen heeft dan de rest van Nederland. Spelen de problemen in de jeugdzorg overal in Nederland of zijn ze groter voor bepaalde provincies of gemeentes?

 “Je kunt bij het CBS opvragen welk percentage van kinderen onder de 21 en onder de 18 enige vorm van jeugdhulp krijgt. Dit is gegroeid van 1 op 12 naar 1 op 8 in de laatste jaren. En wie zijn die kinderen dan? We zijn niet meer kinderen gaan helpen uit die arme wijken met slechte gezondheid. We zijn veel meer kinderen gaan helpen uit die rijke wijken. Dus ik ben eigenlijk veel socialistischer dan de mensen die zich socialistisch noemen.”

Bedankt voor het lezen en mocht u vragen of opmerkingen hebben, aarzel dan niet om ons te contacteren.

close

Meld u aan en ontvang elk nieuw bericht meteen in uw inbox!

We spammen niet! Lees ons privacybeleid voor meer info.