
Auteur: Wesley Jongen
Datum: 30 maart 2026
Voor het tweede artikel in de serie ‘gepersonaliseerde zorg’ interviewden we Susy Braun, lector ‘Maatwerk in Leefstijl en Beweegzorg’ van Zuyd Hogeschool. We spraken met Braun onder andere over de zorgkloof en over het gebruik van subgroepen binnen bepaalde ziektebeelden als versnellers voor maatwerk.
Van abstract naar concreet maatwerk
In veel richtlijnen klinkt het ideaalbeeld van ‘gepersonaliseerde’ zorg. Maar in de praktijk blijkt dat ideaal vaak lastig te realiseren, vooral bij doelgroepen met complexe zorgvragen. Volgens Braun draait het hierbij niet om onwil, maar om de moeilijkheid om alle relevante factoren te identificeren, goed in kaart te brengen en te monitoren over de tijd als deze factoren veranderen. Patiënten moeten weten wat ze willen, (kunnen) begrijpen welke opties er zijn en een actieve rol nemen. Tegelijkertijd moeten zorgverleners balanceren tussen evidence, patiëntvoorkeuren en haalbaarheid. Maatwerk vraagt dus wel wat – en dat in een zorgstelsel waarin de druk toeneemt en tijd schaars is.
Clusteren als alternatief voor volledig individueel maatwerk
Volledig individueel maatwerk klinkt dus misschien mooi, maar is tijdrovend, duur en vaak ook onvoldoende effectief. Het lectoraat van Braun verkent daarom een tussenweg: het indelen van patiënten binnen eenzelfde ziektebeeld in subgroepen. “Wij geloven dat ieder mens uniek is. Daarom hanteren we geen standaardaanpak, maar willen we individuele verschillen tussen patiënten met dezelfde aandoening begrijpen. Zo kunnen we zorg op maat bieden.” Dat geeft zorgverleners een vliegwiel richting sneller maatwerk: een startpunt van waaruit een aanpak verder gepersonaliseerd kan worden. Het onderscheid tussen subgroepen binnen eenzelfde ziektebeeld of aandoening vraagt om zorgvuldige afbakening, bijvoorbeeld via machine‑learning analyses (patroonherkenning in grote datasets) of praktijk-gebaseerde patroonherkenning. Voorbeelden zijn subgroepen binnen de populaties oncologische en reumapatiënten, als ook subgroepen bij mensen met luchtwegaandoeningen of overgewicht.
Lessen uit Beter in Balans
Het programma Beter in Balans, gericht op mensen met reumatoïde artritis, is een mooi voorbeeld. Waar reuma vaak wordt gezien als een domein waarin alleen medicatie werkt, liet dit programma het tegenovergestelde zien: kleine aanpassingen in leefstijl en beweging verbeterden de kwaliteit van leven al binnen korte tijd. Belangrijk is dat het programma uitging van herkenbare subtypes – zoals ‘koude’ en ‘warme’ reuma – en vervolgens zeer concrete leefstijlaanbevelingen koppelde aan die patronen. Nog waardevoller: zorgprofessionals bleken die subtypes (op den duur) zelf te herkennen, ook zonder vragenlijst. Het maatwerk werd hierdoor makkelijker duurzaam ingebed in de dagelijkse praktijk.
Gepersonaliseerde interventies én leefstijlbevordering
In 2022 hadden in Nederland naar schatting 10,4 miljoen mensen één of meer chronische aandoeningen (59% van de bevolking). En de verwachting is dat dit aantal de komende jaren verder stijgt. Veel van deze aandoeningen worden veroorzaakt of verergerd door onze leefstijl. We noemen ze daarom welvaartziektes. Leefstijl en preventie worden daarom gezien als belangrijke oplossingsrichtingen om uit de zorgkloof te komen. Leefstijl- en beweegzorg zijn krachtig, maar vragen om gedragsverandering. Gedragsverandering is voor veel mensen lastig en vraagt om inzet en doorzettingsvermogen. Te veel mensen proberen dan liever de weg van de minste weerstand en dat zijn vaak pillen. Braun benoemt bij wijze van voorbeeld de huidige trend in het gebruik van diabetesmedicatie om af te vallen, terwijl bekend is dat mensen na het stoppen met die medicatie vaak vier keer zo snel weer aankomen. Hetzelfde geldt voor symptoombestrijding zonder de oorzaak aan te pakken. Er is steeds meer bewijs dat leefstijl werkt, ook voor het verminderen van klachten en zelfs het kunnen verminderen of stoppen met medicatie (voorbeelden zijn verworven suikerziekte en sommige hart- en vaatziekten). En dat vraagt om discipline: “Soms moeten we onszelf hiervoor dingen ontzeggen, moeite doen en niet altijd de shortcut willen pakken.”
Betekenis voor onderwijs en professionals
Doelgroepgericht maatwerk betekent niet dat zorgverleners fundamenteel anders moeten worden opgeleid. Ze werken immers al dagelijks zo veel mogelijk gepersonaliseerd. Waar het om gaat is dat hun werk wordt vergemakkelijkt: sneller herkennen wat relevant is en sneller de juiste aanpak kiezen. Onderwijs moet studenten en zittende zorgprofessionals helpen begrijpen hoe datagedreven inzichten én klinische ervaring samenkomen. Daarnaast zal er ook meer aandacht moeten zijn voor het integreren van leefstijlbevordering in de behandelingen.
Kortom, gepersonaliseerde zorg is geen technocratisch ideaal, maar een praktische vertaalslag van wat mensen nodig hebben om beter te herstellen, gezonder te leven en minder afhankelijk te zijn van zorg. Subgroepen kunnen hierbij een rol spelen als versnellers. “Willen we de druk in de zorg verminderen, zullen we bovendien collectief minder (dure) zorg moeten consumeren.” Leefstijlbevordering (zowel preventief als in de zorg) is een gezamenlijke maatschappelijke opgave als we in Nederland kwalitatief hoogwaardige zorg willen blijven bieden. Binnen het hbo wordt daarom aan beide pijlers bij onderwijsvernieuwingen in zorgopleidingen de nodige aandacht besteed.
Health in Limburg is een initiatief van Aranco Consultancy & Interim Management
